|
Merengue
Merengue is toch de vrolijkste en
meest dansbare vorm van Latijnsamerikaanse muziek, aldus Eddy Herrera
(o.a. bekent van de hit Carolina). Deze uitspraak geeft in een notendop weer, wat merengue ongeveer is. Want inderdaad is merengue een zeer
vrolijke Latijnsamerikaanse muziek- en dansstijl (ook al zijn er veel
treurige merengues, maar dat terzijde) en erg dansbaar bovendien. De
merengue is afkomstig van de Dominicaanse Republiek, een land op één van
de grote Antillen, het eiland Hispaniola, dat de Dominicaanse Republiek
moet delen met Haïti. Op dit eiland en om precies in de landbouwstreek
Siboa, is de merengue ontstaan. Dit moet gebeurt zijn zo in de eerste
helft van de 19-de eeuw.
Ook voor de merengue geldt, dat hij
ontstaan is uit zowel Europese als Afrikaanse invloeden en instrumenten.
De traditionele merengue wordt gespeeld met een 'tambora', een trommel die
zowel met een stok als met de hand bespeeld wordt en verantwoordelijk is
voor de onmiskenbare roffel tussen de vierde en de eerste tel. Verder is
er de 'guïro', een rasp, meestal van metaal, die over het algemeen met
een afro-kam bespeeld wordt en een hoog raspend, slijpend tot sissend
geluid voort brengt. Onmisbaar in de traditionele merengues, ofwel
merengue tipico, is ook de accordeon. Al heel snel is de merengue
uitgebreid met een saxofoon, die een belangrijke rol in het onvermoeibaar
antwoord op de zangpartij. Later zijn daar weer bijgekomen: de piano, een
blazerssectie, bongo's en andere percussie en synthesizers. Vaak gingen
deze aanvullingen ten koste van de accordeon.
De merengue is in haar geschiedenis
voor vele politieke doeleinden gebruikt. Zo werd hij vlak na zijn ontstaan
gebruikt om zich af te zetten tegen het buurland Haïti. In de periode van
1930 tot 1961 is de merengue gebruikt door de toenmalige dictator Trujillo.
Deze dictator, zelf afkomstig uit de rurale streek, hield dusdanig veel
van de merengue, dat hij er zeker van wilde zijn dat hij ze kon horen en
dansen op ieder feest waar hij verscheen. Hij verklaarde de merengue
daarom tot nationale muziek. Een tweede reden waarom hij dit deed, was om
de oude (stadse) elite te pesten, die tot dan toe neer keek op de
merengue. Deze ontwikkeling heeft de merengue in eerste instantie een
enorme impuls gegeven. Het aantal Merengue-orkesten groeide explosief. Ook
werd de merengue gebruikt als exportproduct: sterke radiozenders bliezen
de merengue ver het Caribische gebied in. Er was echter ook een muzikale
keerzijde aan de politieke bemoeienis met de merengue. Trujillo duldde,
zoals het een dictator betaamt, geen ontwikkeling. De merengue bleef
daarom steken op het niveau van de jaren dertig. Pas nadat Trujillo plaats
maakte ging de ontwikkeling van de merengue verder. Ook in die tijd bleef
de merengue voor politieke doeleinden gebruikt worden, in eerste instantie
tegen Trujillo en later als protest op de Amerikaanse invasie in 1965.
Sinds de jaren zestig heeft de
ontwikkeling van de merengue een ware vlucht genomen met de introductie
van nieuwe instrumenten en techniek. De moderne merengues knallen
tegenwoordig je speakers uit bij het draaien van bands al de Cocoband,
Rockabanda, Frescabanda en Rikarena. Al deze bands houden echter wel vast
aan de roots van de merengue: de guïro en saxofoon ontbreken vrijwel
nooit en ook de tambora vind je meestal wel terug. Dat kun je niet vaak
zeggen van de mengvormen die af en toe opduiken en waarin merengue gemengd
wordt met rap of reggae of een discodreun. Er wordt echter ook nog wel
veel merengue tipico gemaakt. Het voorbeeld hiervan ligt mij nog vers in
het geheugen (al is het al weer een tijdje geleden; op een woensdagnacht
in Groningen speelde Francisco Uloa. Ken je die niet? Wie denk je dat er
verantwoordelijk is voor die ultrasnelle merengues op de c.d. Fogareté van
Juan Luis Guerra/4.40. Nog een tip voor de liefhebbers: in Rotterdam vind
je een Dominicaanse discotheek waar 75% van de tijd merengues gedraaid
worden.
Hasta la tambora.
Jeroen
Con Sabor
Top
|